­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

agenda 5a

Een fundamentele gebeurtenis in de geschiedenis van het Joodse volk is de uittocht uit Egypte. Daar woonden de Joden en ze waren slaven van Farao. Ten gevolge van jaloezie tussen broers waren ze er terechtgekomen. U kent het verhaal vast wel. Over vader Jakob, die twaalf zonen had. Van die twaalf was Jozef zijn lievelingetje. En zoals dat gaat met lievelingetjes: Jozef werd door vader Jakob danig verwend. En Jozef gedraagt zich ernaar. Zijn broers gaan hem meer en meer onuitstaanbaar vinden en het plan rijpt hem te vermoorden. Uiteindelijk vindt dit moordplan geen doorgang. Jozef wordt in een put gegooid en verkocht aan een handelskaravaan die naar Egypte trekt. Het gaat Jozef – wonder boven wonder – goed daar en hij maakt er carrière. Hij wordt zelfs onderkoning. En in die functie ontmoet hij na jaren zijn broers die naar Egypte zijn gegaan, gedreven door hongersnood in eigen land. Jozef laat zijn familie overkomen. En zo komt vader Jakob met de hele clan naar Egypte. Daar, bij de graanschuren, kunnen ze overleven.

UittochtDoor de tijd heen groeit de familieclan van Jakob. Tegelijkertijd worden de omstandigheden voor dit groeiende volkje slechter. Aanvankelijk zijn ze nog gasten, maar al gauw verliezen ze hun vrijheid en zuchten ze onder de knoet van Farao. Onder leiding van Mozes trekken ze dan weg uit Egypte, want God zag hun ellende. En als ze onderweg al gauw merken dat voor hen een grote zee ligt, waar ze zomaar niet overheen kunnen, doemen achter hen Farao’s soldaten op om hen terug te brengen naar het slavenhuis. Ze zitten als ratten in de val. En op dat moment laat God de wateren van de zee uiteen gaan en creëert Hij voor Zijn volk een pad door de zee. En zo ontkomen ze definitief aan de ijzeren greep van Farao.

Die doortocht door de Rode Zee vormt het slotakkoord, maar meer nog het hoogtepunt van de uittocht uit het slavenhuis Egypte. Dat kleine slavenvolkje dat God zich uitgekozen heeft en aan zijn hart gedrukt, is gered van de machten van het kwaad en krijgt nu veertig jaar de tijd (in de woestijn!) om erachter te komen wat het betekent om volk van God te zijn.

Uittocht uit Egypte. Hoeveel moed hebben de mensen van het Joodse volk niet gehad om te besluiten te vertrekken uit dat land dat hun alleen maar ellende en onderdrukking te bieden had. Want ondanks de onvrijheid en de slavenarbeid wisten ze zich daar wel verzekerd van een dak boven het hoofd en van voedsel. Nu ze ervoor kozen weg te gaan, gaven ze alle zekerheden op. Ze gingen op weg naar het onbekende, daartoe geroepen door een God, wiens naam is: ‘Ik-zal-er-zijn-voor jou’. De naam van de God die hen had geroepen, was hun enige garantie.

Uittocht is niet alleen maar iets van zoveel duizend jaar geleden, mensen maken het vandaag de dag nog steeds mee. Nog steeds besluiten mensen weg te gaan uit een situatie waarin ze alleen nog maar onvrijheid en ellende ervaren. Wat denkt u van die vrouw, die in haar huwelijk door haar man wordt getiranniseerd en dan ten einde raad besluit uit haar huwelijk weg te gaan. Al haar zekerheden geeft ze op. Eén ding weet ze zeker: ‘Er zal toch voor mij wel een beter leven zijn weggelegd, dan deze ellende!’. Zo zijn er veel mensen die in een levenssituatie zitten, die hun niets meer te bieden heeft dan doodsheid en onvrijheid. De situatie waar je dan in zit, daaraan moet je je ontworstelen om uiteindelijk iets van een nieuwe toekomst te kunnen bereiken.

Uittocht uit Egypte – soms kom je mensen tegen die je het toe zou wensen dat ze zo’n uittocht durven ondernemen. Weg uit onvrijheid en weg uit een situatie die voor jou onvruchtbaar is. Want dat Beloofde Land, Zijn toekomst, heeft God bestemd voor ieder mens. Ook voor jou.

­