­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

agenda 5a

hoopJe ziet nog wel eens mensen die een kettinkje om hun hals dragen met daaraan een hartje, een kruisje en een ankertje. Die eenvoudige symbolen staan voor: geloof, hoop en liefde. Al vanaf het allereerste begin van het christendom kent men deze drie woorden als drietal. Denk maar aan Paulus die erover spreekt in zijn hooglied van de liefde. De apostel zegt dat van deze drie de liefde de grootste en de belangrijkste is. Ik durf hem daarin niet tegenspreken, maar wil in deze bezinning toch focussen op de hoop.

In mijn pastorale praktijk kwam ik ooit iemand tegen die zijn levenseinde voelde naderen. We kwamen te spreken over zijn uitvaart en hij sprak de wens uit dat tijdens die afscheidsdienst de tekst uitgesproken zou worden van de oefening van hoop. Toen ik hierover mijn verwondering uitsprak, vertelde hij me dat hij wel elke zondag naar de kerk ging, maar zichzelf niet beschouwde als een groot gelovige. Vaak kon hij maar nauwelijks in God geloven en al zijn twijfels hadden hem heel wat innerlijke strijd opgeleverd. Maar het woordje woordje ‘hoop’ was zijn toevlucht geworden. Het fundament van zijn geloven was de hoop geworden. Geloofde hij in God, geloofde Hij in Jezus, in de komst van Gods Koninkrijk? Daar durfde hij niet volmondig ‘ja’ op te zeggen. Maar vurig hoopte hij dat het waar zou zijn wat hij steeds weer in de kerk hoorde verkondigen. En zo kon deze man op eigen wijze ‘hoopvol’ gelovig blijven.

Je leven door ‘hoop’ richting laten geven… Hoop heeft te maken met wat je niet beet kunt pakken, met wat je niet kunt zien. Er wordt je niets gegarandeerd, toch denk je het te kunnen bereiken. Of – beter gezegd – toch denk je dat het eens naar je toe zal komen. In het tweede hoofdstuk van het Matteüsevangelie lezen we over de wijzen uit het Oosten die achter een ster aangaan. Werden die vreemdelingen gedreven door hoop? Ze zagen een ster en die was zo bijzonder, dat ze er maar achteraan gingen. Maar waarom zou je achter een ster aangaan? Wat zou de reactie van familie en buren geweest zijn, toen ze hoorden dat die mannen achter een ster aangingen? Ik denk dat ik het wel weet. Er lijkt maar één reactie mogelijk: ‘Zijn ze helemaal gek geworden?’ En misschien moet je wel een beetje gek zijn om zo’n avontuur aan te gaan. Misschien moet je wel een beetje wereldvreemd zijn om je in gang te laten zetten door hoop op het onmogelijke: de ontmoeting met een koningskind, dat in een kribbe ligt.

In de diepste ellende, waar menselijkerwijs gesproken alle kans op verbetering verspeeld lijkt, durft een mens nog hopen. Ik denk wel eens dat dat juist een mens tot mens maakt. In de diepste duisternis steeds maar verder op weg naar het licht.

Volgelingen van Jezus zijn bij uitstek mensen van de hoop. Waar alles verloren lijkt, blijven zij hopen op een lente voor deze wereld. Waar mensen alles lijken te verprutsen met hun zelfzucht en liefdeloosheid, blijven zij hopen op de komst van Gods Koninkrijk. ‘Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde’, zo staat te lezen in de Apocalyps, het allerlaatste geschrift van het Nieuwe Testament. Met deze woorden geeft de visionair Johannes aan waar we op hopen. Heel kernachtig gezegd, is onze hoop gericht op God zelf. Dat we mogen beleven wat de lieddichter H. Oosterhuis zo mooi in woorden vat: ‘Ik hoop U tegemoet, zolang ik leven mag.’

­