­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

agenda 5a

Ook al lijken geloof en kerk aan belang in te boeten, nog steeds gaan in onze tijd miljoenen medechristenen op bedevaart. Heldhaftig stappen ze hier in Nederland op de fiets om maanden later op het Sint Pietersplein in Rome te arriveren. Men neemt de benenwagen naar Santiago de Compostela om er de apostel Jacobus te vereren of gaat met bus of trein naar Lourdes. In ieder geval laat men zich niet weerhouden door wat Thomas van Kempen zo streng zegt in zijn ‘Navolging van Christus’: ‘Zij die veel op bedevaart gaan, worden maar zelden heilig’.

Niet overdreven vaak ben ik op bedevaart geweest, dus uit ruime ervaring kan ik niet putten, maar de pelgrimage naar het Heilige Land, naar Israël, staat me nog helder voor de geest.

Het is een heel bijzondere ervaring om een tijdje te verblijven in het land van de Bijbel. Je loopt er rond met het gevoel: ‘Dus hier heeft het zich allemaal afgespeeld!’ Natuurlijk is het voor iedereen mogelijk de bijbelse boodschap te begrijpen en in praktijk te brengen. Maar als je er bent, heb je het bevoorrechte gevoel in ieder geval heel fysiek dicht bij de bronnen van ons geloof te zijn.

In oktober 2006 mocht ik op reis naar Israël. Met een reisgezelschap heb ik er de belangrijkste plaatsen bezocht. Voor mij adembenemend en ook ontroerend, was ons verblijf in Jeruzalem. Bekwaam gidste onze reisleidster ons door deze eeuwenoude stad, terwijl ze ons bedolf onder allerlei informatie. Voor mij waren de mooiste uren, dat ik ’s ochtends heel vroeg de gelegenheid kreeg de eucharistie bij te wonen in de Heilig Grafkerk. Daar wordt Jezus’ graf aangewezen: de plaats waar Zijn verrijzenis uit de dood plaatshad. Elke ochtend viert men er de paasmis. Onder een andere koepel binnen dezelfde kerk bevindt zich Golgotha, de plaats waar Christus aan het kruis gestorven is. Ik werd tijdens die vroege ochtenduren samen met al die andere medegelovigen, die daar ook vierend aanwezig waren, overstroomd door het gevoel ‘Hier heeft het allemaal plaatsgehad. Hier is Jezus aan het kruis geslagen en gestorven. Op deze plaats is Hij in het graf gelegd en hier is Hij verrezen.’

Israel-JacobEngelVanuit Israël staken we de Jordaan over naar Jordanië, waar we op het eind van de reis aan het riviertje de Jabbok stonden. Daar aan dat riviertje heeft de aartsvader Jakob gevochten met de engel. Lees je dit geheimzinnige verhaal er op na, dan moet het een gevecht op leven en dood geweest zijn. De strijd leverde geen duidelijke winnaar op. Wel trof de engel (of was het toch God zelf?) Jakob in zijn heup, zodat hij voortaan mank door het leven ging. Aan het eind van dit verhaal geeft de engel aan Jakob de naam Israël. Het is een soort geuzennaam en betekent zoiets als: de man die met God gevochten heeft.

Als het over geloof gaat, zijn we nogal geneigd te denken in termen van vredigheid, maar aan de Jabbok ging het er helemaal niet zo sereen aan toe. Jakob lijkt in zijn gevecht met de engel af te rekenen met zijn bedriegersverleden om zo een nieuwe toekomst tegemoet te kunnen gaan. Na dit gevecht kon hij zijn broer Ezau, die hij meermaals had bedrogen en bij wie hij de rest van zijn leven uit de buurt was gebleven, tegemoet treden. Meer nog, na dit gevecht is Jakob in staat om met zijn broer vrede te sluiten. De man die met God vocht, verzoent zich. Niet alleen met zijn broer, maar ook met zichzelf. Een nieuwe toekomst ontsluit zich.

Heel veel mensen leveren strijd in hun leven. Het leven zelf is een strijd. En: er moet gestreden worden om te kunnen leven. ‘Struggle for life’ heet dat. En soms, of vaker dan dat, worden we geteisterd door innerlijke strijd. Bepaald onverzoend zijn we dan met onszelf. In ons binnenste vechten we iets met onszelf uit. En dan kan het gevecht keihard zijn. Op een bepaald moment merken we dat de innerlijke strijd begint weg te ebben. En nog iets later weten we: nu is de strijd gestreden. Eigen aan een strijd is dat we er, als Jakob, gemankeerd uitkomen, maar de grote winst is dat we verzoend zijn met onszelf en meer mens geworden zijn.

Niet alleen Jakob mag die naam ‘Israël’ dragen. Wat mij betreft krijgen alle mensen die een innerlijke strijd uit te vechten hebben die erenaam. Hopelijk geeft de uitkomst van dat gevecht hun toekomst. En ik hoop ook dat zij in die innerlijke strijd, net als Jakob, God zelf ontmoeten.

­