­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

agenda 5a

Het is eind 1997. Henk Nota is stagiair in onze parochie en krijgt ondermeer het verzoek om de jongeren te stimuleren om naar de kerk te gaan. Met Jopie Kingma probeert hij een jongerenkoor op te richten. Het doel was om jongeren meer bij de kerk te betrekken door ze te laten meezingen en meespelen in de kerk. Ook konden ze zelf meewerken aan het voorbereiden van de liturgie. Op 18 januari 1998 was de eerste viering met het koor. En met Pinksteren vieren de huidige koorleden op gepaste wijze het twintigjarig bestaan.
Voorzitter Tako de Wolff kijkt terug op het verleden en blikt naar de toekomst.

“Bij ons thuis mochten de meisjes wel naar de muziekschool maar de jongens niet en dus heb ik het mezelf aangeleerd. Mijn oudere broer kwam eens met een gitaar thuis, maar kon er geen wijs uit worden, maar ik wel. Zo speel ik vanaf mijn vijftiende gitaar en dat is zo gebleven, voornamelijk als begeleidingsinstrument bij de liedjes die ik zing. Ik heb ook in enkele bandjes gespeeld en de gitaar ging altijd mee op oefeningen en uitzendingen. Voor mij is muziek als een goede vriend en een middel om het alledaagse van hogere sferen te voorzien. Muziek is een voertuig van de ziel en dat komt met name in geestelijke muziek tot uitdrukking, zoals we met ons koor Enchanté ook doen.”

Jonge ouderenkoor
“Een koor was aanvankelijk niet goed met mijn werk te combineren en ik kon het alleen in rustiger perioden doen. Na mijn vervroegd pensioen in 2010 kreeg ik er meer tijd voor en kreeg ik er meer taken bij: de programmering en de laatste twee jaar ook voorzitter. Het koor heeft in zijn twintigjarig bestaan verschillende periodes meegemaakt. Begonnen als jongerenkoor met een eigentijds repertoire is het in loop der jaren wat klassieker geworden. De jongeren werden ouder en andere dirigenten namen een klassiekere achtergrond mee. Aanwas van nieuwe jongeren was er eigenlijk niet en zo zijn we nu een soort oudere jongerenkoor of misschien beter gezegd: jonge ouderenkoor.”
“We hebben met Pinksteren een ander programma gemaakt. En we hebben versterking gekregen van andere koren en oud-leden. We zijn weer teruggegaan naar die eerste tijd en daar een aantal liederen uit gehaald dat toen vaak geklonken heeft, maar de laatste jaren nauwelijks meer. Ook vullen we de piano weer een keer aan met andere
instrumenten zoals dat in het begin ook was. Dit onder het mom van: We zijn wel ouder geworden, maar we blijven jong van Geest. En verder gaan we dit natuurlijk met het koor vieren.”

Muzikaliteit
“Onze huidige dirigente komt uit Litouwen en heeft in Groningen op het conservatorium zang en piano gestudeerd. En dat is te merken. We doen nu veel meer aan stemvorming, ademhaling en houding. Verder gaan we er in muzikaal opzicht erg op vooruit. Hoe presenteer je een lied? Wat is de boodschap en met welke intentie zing je die? Dat vraagt meer inzet en concentratie dan vroeger wel het geval was. Hopelijk is in de kerk te merken dat wij er qua stem en muzikaliteit beter op zijn geworden.”

“Ons koor is wel kwetsbaar en de bezetting niet optimaal, zo reëel ben ik wel. We moeten soms met mensen schuiven om de balans in het koor goed te houden. Door omstandigheden moeten mensen soms afhaken, aanwas is er nauwelijks of mensen blijken niet goed in het koor te passen. Maar dat maakt mij niet somber. Zolang het gaat, gaat het, al zou het uiteindelijk met een kwartet zijn, zingen blijven we. Je kunt je wel druk maken om wat niet is, ik zeg altijd: Koester wat er nog wel is!”

Ton Kuis

­