­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

agenda 5a

Afgelopen donderdag vierden we het feest van Hemelvaart. Jezus verdwijnt uit het leven van zijn volgelingen. Hij zegt: het is goed voor jullie dat ik wegga. Waarom? Waarom zou het goed kunnen zijn dat iemand uit je leven verdwijnt? Ze missen hem enorm.
Misschien bedoelt Jezus dat er nu een ander tijdperk aanbreekt. Zij moeten hun eigen weg zoeken. Volgeling zijn zo goed ze kunnen, maar wel op hun eigen manier. Ze zijn Jezus niet; ze kunnen niet meer op  hem leunen. Moeten het zelf gaan doen. Maar Jezus hoopt wel, dat ze zijn richting blijven volgen. Ze zijn als jongvolwassenen die het huis uit gaan. En u weet hoe dat gaat met kinderen die op kamers gaan om te gaan studeren; of die een baan hebben en voor het eerst een eigen plek vinden om echt uit huis te gaan. De navelstreng wordt nog niet helemaal doorgeknipt. Er wordt nog vaak ge-appt of gebeld; er wordt nog door moeder thuis de was gedaan; etc.
Er wordt nog vaak een beroep op ouders gedaan.

Dat is voor de volgelingen van Jezus niet zo goed mogelijk. In het begin zien ze nog vaak verschijningen en is het net alsof ze met hem kunnen praten. Maar na Hemelvaart is hij echt weg. Nog een lijntje blijft: Jezus belooft hen een helper te sturen…   Een kracht die hen influistert welke richting te gaan. Wij noemen dat de H. Geest. Maar ja, die is er nog niet.
Tot de H. Geest komt moeten zij zich zelf staande houden. Ze trekken zich terug in de bovenzaal en wachten af.
De tijd tussen Hemelvaart en Pinksteren is de tijd van stilte voor de storm: windstilte. Een tijd van wachten, bidden en hopen.

U hoorde de eerste lezing, die gaat over Stefanus; de eerste martelaar. Waarom lezen we dat juist in deze wachttijd voor Pinksteren? Het verhaal van Stefanus speelt zich af na Pinksteren, wanneer de leerlingen op pad gaan om het evangelie te prediken… Stefanus heeft persoonlijk een visioen van Jezus Christus gehad. Hij ziet de hemel opengaan. Hij is bijzonder bevlogen door de H. Geest. Om die reden kan hij sterven voor zijn ideaal: hij wordt gestenigd. Hij kan zelfs de mensen die verantwoordelijk zijn voor zijn dood, vergeven, in zijn laatste ogenblikken. Hier zie je een overeenkomst met Jezus, die dat ook deed.

Een van de mensen die bij de dood van Stefanus is, is Saulus. Die Saulus die later Paulus wordt genoemd. Hij deed niet mee aan het doden, maar hij keurt het wel goed. Pas later bekeert hij zich en zal hij enorme spijt hebben van wat er met Stefanus gebeurt. Hij zal zelf trouwens ook sterven voor zijn overtuiging, maar dan in Rome. Zo raar kan het lopen in een mensenleven!

Waarom dan dit verhaal vandaag? Om duidelijk te maken hoe belangrijk die H. Geest is die op het feest van Pinksteren wordt gevierd. Het is een soort voorbereiding op het pinksterfeest. Dat wij maar niet zullen onderschatten hoezeer wij bezieling nodig hebben om ons leven zinvol te leiden. Het is niet de bedoeling dat wij allemaal de weg van Stefanus zouden gaan; dat zou niet best zijn. Maar iets van een houvast, van Gods aanwezigheid, dat kan ons wel helpen.

Ons leven gaat niet altijd over rozen. Alle mensen verlangen naar geluk, naar een goede toekomst, naar een gevoel van veiligheid en geborgenheid. Een gevoel van opgenomen zijn in de eenheid met de schepping. En we hopen uiteindelijk opgenomen te worden in de hemel. Hoe dat eruit ziet, weten we niet. Maar we hopen op eeuwige vrede en liefde.
Maar tot die tijd leven wij ons leven. Met ups en downs. Vaak is het goede met het kwade verweven; geluk en lijden ook. Zwart en wit:  maar vaak ook veel grijs.
Er zijn bijzondere momenten in ons leven: wanneer je iets afsluit en opnieuw begint. Zoals het huis uitgaan; kinderen krijgen; met pensioen gaan; een partner vinden of juist weer verliezen. Verhuizingen; afscheid nemen.

Zoals voor de leerlingen van Jezus vandaag. Wij noemen dat wel:  scharniermomenten. Op die momenten luistert het nauw. Want die momenten bepalen de kern van je leven: dat wat echt belangrijk is. Je kijkt terug; je kijkt vooruit; je weegt het af. Bv. bij het sterven van een dierbare komt de geschiedenis van het leven wat je samen had , voorbij. Er wordt, als het mogelijk is, nog iets gezegd wat heel belangrijk is. Er wordt op het hart gedrukt om oog te houden voor de essentie van wat iemand over wil dragen. Dat zijn de grote zaken van het leven.
Wanneer wij de balans opmaken van ons leven, kunnen wij ons afvragen: hoe leef ik eigenlijk? Hoe sta ik in de maatschappij? Betekent mijn geloof iets daarbij? Heb ik een goede, sterke kracht nodig in mijn leven? Heb ik die kracht wel eens ervaren? Zou ik er iets voor willen doen om dat te ervaren? Zou ik op zoek willen gaan? Heeft dat zin? Kun je dat opzoeken? Is er eigenlijk wel zoiets als wat wij dan de H. Geest noemen?
Een trooster,  een helper   op ons levenspad van onkruid en rozen?
Vind ik dat allemaal belangrijk? Of vind ik het wel best?

Stefanus stierf voor zijn ideaal. En hij was niet de enige. Bekende en  totaal onbekende mensen stierven voor hun idealen. Soms hadden ze geen keus; ze moesten zich maar staande proberen te houden in een wereld waar het kwaad de overhand had.
Ik moet daarbij vandaag met name denken aan Titus Brandsma. Er gaat nl. een musical over zijn leven in première. Een man die geloofde in de vrijheid om te zeggen en te schrijven wat waarheid is. Die geloofde in de rechten van ieder mens. Maar die dat kon omdat hij God ervaarde in zichzelf en in ieder ander mens om hem heen.
Ik vraag me wel eens af:  wat zou ik doen, als ik in dergelijke omstandigheden kwam te verkeren. Zou ik niet de weg van de minste weerstand kiezen? Of die andere weg? Het zou zo maar kunnen dat wij dat steuntje in de rug,  die H. Geest, hard nodig hebben.

Amen

­