­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

agenda 5a

Lezingen: Hebr. 12,18-19.22-24a en Lc.14,1.7-14

Beste zusters en broeders,
Stel je voor: je bent uitgenodigd op paleis Noordeinde voor een lunch bij koning Willem Alexander en koningin Maxima. Natuurlijk ga je erheen, daarvoor is de eer veel te groot en natuurlijk ben je niet de enige. Je bent best wel gespannen en uiteindelijk is het wachten voorbij en word je met al die anderen binnengelaten in de zaal waar de lunch plaatsheeft. Je zoekt je naamkaartje en wat blijkt: je komt naast de koning te zitten. Maar…je zit nog maar net of een ceremoniemeester komt naar je toe om te zeggen dat je op een andere stoel moet gaan zitten. Jij heet O. Jansen, en je had de A. van A. Jansen aangezien voor een O. Pijnlijk en genant… Jij druipt af, terwijl je je verontschuldigt en A. Jansen gaat tevreden naast de koning zitten. Je kunt jezelf wel voor je hoofd slaan: had ik maar beter op dat kaartje gekeken. Maar je kunt ook zeggen: had ik maar beter geluisterd naar het evangelie van deze zondag.

‘Wanneer je ergens wordt uitgenodigd, ga dan op de minste plaats aanliggen’, zojuist hebben we deze woorden van Jezus gehoord in het evangelie. Jezus lijkt zich hier te bemoeien met de etiquette voor feesten en partijen. Een soort tweede Jort Kelder in ‘Hoe heurt het eigenlijk?’. Maar ik denk dat we stevig de plank misslaan, als we zeggen dat Jezus zich hier bezighoudt met etiquette. Etiquette – de een is er beter in dan de ander, maar het is er voor om het omgaan met elkaar gemakkelijker te maken. Altijd handig als je weet hoe je je moet gedragen in allerhande situaties. Zo sla je niet zo gauw de plank mis. Maar bij Jezus gaat het toch om iets anders dan etiquette…

‘Wie zichzelf verheft, zal vernederd, en wie zichzelf vernedert, zal verheven worden’. Geen etiquette, maar het gaat hier om de logica van het Rijk van God. We horen het in de lofzang van Maria: ‘Heersers ontneemt Hij hun troon, maar Hij verheft de geringen’. ’t Is haast niet voor te stellen dat dat eens zo zal gebeuren. Immers: in deze wereld lijken de rijken alleen maar rijker en machtiger te worden en de armen lijken steeds meer onder aan de maatschappelijke ladder terecht te komen. Maar Jezus verkondigt: eens worden de verhoudingen omgedraaid, dan zullen de rechten van de mensen die nu een onteerd en ontrecht leven leiden, geëerbiedigd worden. Ook zij zullen ‘mens’ zijn in de volle betekenis van het woord.

Wie zichzelf vernedert… Je moet afdalen, je moet afzien van pretenties, van denken dat je heel wat bent, je moet afzien van alles waarmee je jezelf groot maakt. Wie zichzelf vernedert…. Het Nieuwe Testament geeft ons al aan wie hierin ons grote voorbeeld is.  God zelf is afgedaald, van de hemel naar de aarde, God zelf is nederig geworden, is klein geworden in een mens Jezus van Nazareth. Jezus: God heeft zichzelf ontdaan van al het heerlijke, van al het hemelse om naast ons, mensen, te gaan staan. Wie zichzelf vernedert…Jezus geeft hierbij de toon aan.

Ik denk dat velen dat wel zullen herkennen. In je leven en in je communicatie naar anderen toe maak je jezelf vaak mooier dan je bent. Je zegt zogenaamd interessante dingen. Je doet dingen waarvan je hoopt dat ze opgemerkt worden. Maar denk je er wat dieper over na en ga je eens kijken naar je eigen gedrag, dan denk je wel eens: waarom zeg ik dat eigenlijk en waarom doe ik dat? Ik doe en zeg het om indruk te maken, maar wat gebeurt er eigenlijk als ik dat nalaat? Durf die extra interessantigheden eens los te laten. Wat dan overblijft…? Er blijft over: je mens-zijn. Je bent mens! Probeer die extra-dingen eens los te laten. Daar word je meer mens van, en dan lukt het je beter volgeling van Jezus te zijn. En als je meer mens bent, lukt het je ook om beter open te staan voor je medemens, dan sta je er zelf niet meer zo tussen…

De levensweg van een gelovig christen kent heel veel aspecten, maar dit is er een van, dat we meer mens moeten worden. Laten we het maar proberen. ‘Wie zichzelf vernedert,….’ Ik vertaal het maar zo: ‘Wie al die overtollige zaken maar durft los te laten, die komt dichter bij God en dichter bij zijn of haar medemens’. 

AMEN.

­