­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

agenda 5a

Lezingen: Exodus 32,7-11.13-14 en Lucas 15,1-10.

Beste zusters en broeders,
Een tijd geleden las ik iemand het evangelie voor, dat ik u zojuist heb voorgelezen: het verhaal over de goede herder die op zoek gaat naar het verloren schaap. En het verhaal was nog niet uit of ik hoorde de verzuchting: ‘Wat een mooi verhaal, hè!’. En ik denk dat heel velen van ons die verzuchting wel kennen: wat een mooi verhaal. ’t Is natuurlijk niet voor niets dat het standaard is opgenomen in elke kinderbijbel. Het verhaal heeft een boodschap dat recht naar het hart gaat. Automatisch betrekken we het op eigen of andermans leven. Niemand hoeft ons uit te leggen dat ieder van ons, jij en ik, dat schaapje wel eens zou kunnen zijn, dat verloren is geraakt. Niemand hoeft ons uit te leggen dat die goede herder God zelf is, die niet gaat voor de brave schapenelite, die keurig en netjes bij Hem als herder gebleven is. Nee, we geloven in een God die op zoek gaat naar die ene die verloren is gelopen en verdwaald is geraakt. Om te begrijpen waar dit verhaal over gaat, daarvoor hebben we geen geleerde Bijbeldeskundigen nodig….

Waarom vertelt Jezus nou dit verhaal? Het evangelie verschaft daarover wel duidelijkheid. Hij krijgt tollenaars en zondaars van allerlei slag over de vloer en…Farizeeën en schriftgeleerden vinden dat maar niks. Ze zijn geërgerd en mopperen erover. Blijkbaar gaat het niet om iets kleins. De evangeliën vertellen regelmatig van wrijving tussen Jezus enerzijds en Farizeeën en schriftgeleerden anderzijds. Er is dus iets belangrijks waar ze een meningsverschil over hebben.

Laat ik eerst zeggen dat we in de evangeliën niet alleen maar haat en nijd aantreffen van de Farizeeën richting Jezus. We horen dat Jezus de maaltijd gebruikt bij een van de voornaamste Farizeeën. Daar moet op de een of andere manier iets vriendschappelijks aan ten grondslag hebben gelegen. Je gaat nu eenmaal niet eten bij je vijanden. Je vijanden nodigen je nu eenmaal niet uit voor een maaltijd en je gaat zelf niet naar een maaltijd toe waar mensen aanzitten die je vijandelijk gezind zijn. Dat is nu niet, maar toen natuurlijk ook niet. Bovendien kunnen we ergens lezen dat een paar Farizeeën Jezus adviseren te vluchten voor de gevaarlijke vorst Herodes Antipas. Zo’n waarschuwing suggereert natuurlijk iets van vriendschappelijkheid en sympathie.

Toch komt telkens weer die wrijving bovendrijven en we willen weten wat nu precies het punt is. Belangrijk om te weten is dat het Farizeïsme een belangrijke stroming was binnen het Jodendom van die dagen. Het was een soort lekenbeweging, vrij omvangrijk en (het zal u verbazen)eigenlijk erg gewaardeerd. De Farizeeën, dát waren tenminste nog eens Joden! Die namen tenminste de Tora van Mozes serieus! Die sloten geen compromissen, ook niet binnen de situatie van de Romeinse bezetting. Die namen de wetten en de regels van het Jodendom nauwgezet in acht. Misschien kun je zeggen dat juist de Farizeeën in die tijd het Jodendom weer identiteit en kleur gaven. Farizeeën: ze namen de Tora, de Wet van Mozes serieus en onderhielden gewetensvol de Joodse wetten en regels om zo dichtbij God te kunnen zijn. Wat het Farizeïsme met zich meebracht was een grens: er waren mensen die so wie so buiten de boot vielen. De mensen die door hun leven en levenssituatie zó apert in tegenspraak met de Wet van Mozes leefden, ja, die hoorden er niet bij. Die vielen buiten de boot. Hun levenssituatie (tollenaars, prostituees, maar ook anderen) wees hen aan als door God zelf verlaten. En dát was juist het punt: Jezus bracht de boodschap van de God die ook naar hen omziet, ja, Hij bracht de boodschap van de God die álle mensen liefheeft…

De Farizeeën hadden één ding heel goed door. Als we meegaan met Jezus’ interpretatie van onze godsdienst, dan zal dat uiteindelijk een bom leggen onder onze godsdienst. In zijn interpretatie doorbreekt Jezus teveel de begrensdheid van onze Joodse godsdienst en als we daarin meegaan zal die Joodse godsdienst op een gegeven moment niet meer bestaan.

Dat Jezus grenzen doorbreekt, hadden de Farizeeën goed gezien. Hij ging om met mensen van allerlei slag, ook met hen die er volgens de strikte Joodse wetten en regels niet bij hoorden. Ook voor hen was en is Gods liefde bedoeld. Jezus haalt er mensen bij die er volgens de Farizeeën helemaal niet bij hoorden. En dat is het grote meningsverschil tussen Jezus en de Farizeeën. Zelf denk ik dat dit meningsverschil de oorzaak is geworden van Jezus’ gewelddadige dood.

Mensen erbij halen waarvan aanvankelijk wordt gedacht dat ze er niet bij horen. ’t Is vaak maar een moeilijke zaak. Als je het zelf al wil, heb je nog steeds te maken met je medemensen en vaak genoeg is het zo dat die het tegenhouden. Mensen erbij halen… je stuit vaak op je eigen grenzen. Ik heb hier vast wel eens het verhaal verteld van dat kleine erg gehandicapte meisje dat terwijl ze in de buggy zat door haar ouders mee werd gebracht naar een Eerste Communieviering. Ze was drie of vier jaar. Ik stond achter in de kerk de mensen te verwelkomen en opeens zag ik haar in haar buggy zitten. Door haar ernstige handicap lag ze stil en uitdrukkingsloos in haar stoeltje en ik merkte dat ze afstand in me opriep. Kinderen roepen toch meestal wel een glimlach in je wakker of je geeft ze wel even een aai over hun bol, maar dit kind riep dit allemaal niet in me op. En …daar schrok ik van. Misschien schrok ik wel meer van mijn eigen grenzen en onvermogen, dan van haar handicap. Later merkte ik wel dat de reactie die dit meisje bij mij had opgeroepen, ook in anderen opgeroepen was. Een paar weken later was ik op huisbezoek bij een oudere mevrouw en nadat ze me wat verteld had over haar leven begon ze vol liefde te praten over haar gehandicapte kleindochtertje. Eerst had ik het niet door, maar op een gegeven moment kwam ik erachter dat zij dat meisje was dat ik ontmoet had bij die Eerste Communieviering. Elke dinsdagmiddag paste ze op het meisje en speelde ze met haar. Ze was er op een gegeven moment achtergekomen dat ze positief reageerde op een bepaald soort muziek. Dat cassettebandje met die muziek had ze dus altijd bij de hand als haar kleindochtertje op bezoek was. Ik was diep onder de indruk. Daartoe was echte liefde dus in staat… En het deed me ook denken aan het verhaal van die goede herder. Die liefde van die oma en wat zij allemaal voor het meisje deed, vertelde mij: ze hoort erbij en je hoeft er niet op te rekenen dat Gods liefde haar overslaat.

Beste mensen, we zijn nogal eens geneigd in hokjes en vakjes te denken en net als de Farizeeën trekken we lijnen en grenzen. Dat is ook menselijk. Maar Jezus gaat die grenzen over, daar moeten we ons als Zijn leerlingen heel bewust van zijn. Hij daagt ons uit onze eigen grenzen te relativeren en over te gaan. Daarvoor is moed nodig en vooral …heel veel liefde.

AMEN.

­