­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

agenda 5a

Lezingen: 2Kon.5,14-17 en Luc.17,11-19

Beste zusters en broeders,
Grenzen zijn in onze wereld enorm belangrijk. Door grenzen weten we precies in welk land we zijn. Hier is Nederland, daar Duitsland, en als je maar ver genoeg doorrijdt, dan overschrijd je weer een grens, en zit je in Polen. Maar een grens hoeft niet alleen maar de scheidslijn aan te geven tussen twee landen.. Er zijn ook grenzen tussen groepen mensen. Die zijn vaak onzichtbaar, maar ze zijn er wel degelijk. Denk maar aan de Nederlandse adel. Aan de hand van een aantal geschreven en ongeschreven codes vormen zij een groep. En mocht je bij die groep willen horen, maar je hoort er niet bij, dan wordt het al heel moeilijk deel uit te gaan maken van die club. Je moet een grens over, die maar moeilijk te overschrijden is.

Grenzen tussen groepen zijn er nu, maar ze waren er ook in Bijbelse tijden. Er waren Farizeeën en Sadduceeën en tussen die twee groepen liep een duidelijke grens. Ze hadden allerlei meningsverschillen en konden absoluut niet met elkaar overweg. Binnen het Jodendom liepen er allerhande grenzen. De Joden die in en rondom Jeruzalem woonden, beschouwden zichzelf als op en top Jood. Joodser kon een mens niet zijn. Binnen het Jodendom werd de groep der Samaritanen beschouwd als van twijfelachtig allooi. Ja, waren die Samaritanen wel echte Joden? Je zou kunnen zeggen: zit er wel genoeg echt Joods bloed in? Mensen die zichzelf als op en top Joods beschouwden, liepen met een boog om hen heen.

Een paar keer in de evangeliën worden deze Samaritanen door Jezus naar voren gehaald. Denk eens aan het verhaal van de barmhartige Samaritaan. Een man is onderweg aangevallen door rovers en ligt halfdood aan de kant van de weg. Een priester en een leviet komen langs – op en top Joden, je zou denken dat ze de man wel zouden helpen – maar alleen die Samaritaan laat zijn hart spreken en gaat de gewonde man verzorgen. In het evangelie van vandaag zijn er tien mensen die door Jezus worden genezen van hun melaatsheid. Allen weten ze wel dat er menselijkerwijze iets onmogelijks aan hen is gebeurd. Maar er is er maar één die naar Jezus terugkomt om God te bedanken… en dat is een Samaritaan, juist iemand van wie je het niet had gedacht.

Jezus gaat over grenzen heen. Letterlijk en figuurlijk is hij een grensganger. Hij reserveert zijn wonderen niet alleen voor degenen die tot Zijn volk behoren, nee, anderen mogen ook in Zijn liefde delen. In dit soort verhalen komen we erachter dat Jezus weet dat Hij gekomen is voor ieder mens op deze aarde.

Dit is natuurlijk heel erg mooi en heel erg belangrijk. Maar… het punt is dat wij Zijn leerlingen, Zijn volgelingen zijn. En nu is het vervelende dat wij, net als al die andere mensen op deze wereld, onze medemensen graag indelen in hokjes en vakjes. We weten van grenzen tussen groepen mensen en we hanteren ze maar al te graag. Het houdt ons leven geordend en overzichtelijk. O ja, maar die, die hoort bij die familie, en daar moet je nu eenmaal mee uitkijken. En die mensen, die komen uit Polen. En die anderen komen uit Spanje. Nou ja, dan weet je het wel. Ja, en dan heb je ook nog echte Drenthen, nou, laten we daarover helemaal niet praten… Hokjes en vakjes, grenzen tussen de ene groep en de andere. ‘What would Jesus do?’ Wat zou Jezus doen? Ik denk niet dat hij mee zou doen met dat hokjes en vakjes-denken van ons.

Jezus gaat grenzen over om ons ertoe te brengen grenzen over te gaan. We moeten ons niet de wet laten stellen door de veronderstelde grenzen tussen groepen mensen. Vaak genoeg blijkt dat we er niet overheen kunnen, maar steeds moeten we op zoek zijn naar de momenten waarop het wel kan. Let op: er zitten grote gaten in de muren die opgetrokken zijn tussen mensen en tussen groepen mensen. Die gaten, daar kunnen we best eens wat vaker doorheen kruipen. Daar heeft de mensheid behoefte aan. Pas als we grenzen gaan overschrijden, wordt echte medemenselijkheid bevorderd. Trouwens, wanneer we door de gaten van de muren heen kruipen, moeten we natuurlijk ook iets meenemen. We moeten drie geschenken meenemen voor de mensen die we gaan ontmoeten. Denk maar aan de Wijzen uit het Oosten met hun drie cadeaus van goud, wierook en mirre. Wat wij meenemen voor onze medemens, dat zijn: geloof, hoop en liefde. En als u zegt, maar daar heb ik er niet zoveel van, dan zeg ik: wat u hebt aan geloof, hoop en liefde, dat neemt u mee. Daarmee gaat u de grens over naar uw medemens en uiteindelijk gaat u ook met die drie gaven de grens over naar God.

AMEN

­