­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

agenda 5a

Lezingen: 2 Kon. 5, 14-17 en Lucas 17, 11-19

Wat is genezing? Wanneer lichamelijke symptomen zijn verdwenen, of wanneer artsen ons, misschien na een lang traject, genezen verklaren. Of kunnen we ook genezen zijn wanneer ons lichaam nog steeds ziek is?

Natuurlijk is lichamelijke genezing ontzettend belangrijk voor ons, dat zal niemand ontkennen! Maar is het niet zo dat er ook genezing is die veel dieper gaat, en die eigenlijk ook los staat van wat er met ons lichaam gebeurt?
In enkele regels gebeurt er heel veel in het stukje evangelie wat we zojuist hoorden. Tien melaatsen komen Jezus tegemoet en blijven op grote afstand staan. Het leven van een melaatse in de tijd waarin Lucas zijn evangelie schreef was verschrikkelijk: lichamelijk vreselijk ziek, met de dood voor ogen, en van ieder menselijk contact uitgesloten. Vanwege hun ziekte moesten zij op grote afstand blijven van andere mensen. Daarom moeten zij luid roepen om zich verstaanbaar te kunnen maken.

En: die ervaring kennen wij vast ook: wie niets te verliezen heeft, durft meer, staat meer open voor wat het leven te bieden heeft. Daarom ook durven zij luidkeels te roepen: ‘Jezus, Meester, ontferm U over ons’..

En wat doet Jezus dan? Ogenschijnlijk niet zo veel. Hij ziet hen en zegt dat ze zich moeten laten zien aan de priesters. Volgens de joodse wetten was het zo dat alleen de priesters deze mensen genezen kunnen verklaren, waardoor heropname in de gemeenschap  mogelijk is.
En de melaatsen aarzelen niet, maar gaan en worden onderweg gereinigd. Nog voordat de priesters hun een gezondheidsverklaring kunnen geven, hebben zij zelf al gezien dat zij gereinigd, genezen zijn.
Zou u dit doen? Geen enkele vraag meer stellen, en gewoon doen wat Jezus vraagt? Dit getuigt toch wel van heel veel vertrouwen! En natuurlijk hebben de melaatsen niet veel meer te verliezen, maar toch: ga….en ze gaan en worden genezen!
Dit verhaal laat ons zien wat vertrouwen met een mens kan doen, en dan niet een klein beetje vertrouwen, maar eigenlijk 100%, zonder enige aarzeling!

Is het niet zo dat ook wij in ons leven vaak genoeg de woorden: ‘ontferm U over mij’, zouden willen uitspreken, al is het ook in de stilte van ons hart. ‘Ontferm U over mij’ , help me hier alstublieft mee, ik kan dit niet alleen. En is het ook niet zo dat ieder mens die een beroep op ons doet, diezelfde woorden uitstraalt: ‘ontferm je over mij’, kijk naar mij, luister naar mij, zie mij aan.
We mogen melaatsheid dan ook veel ruimer zien dan alleen een lichamelijke huidziekte. Melaatsheid staat ook voor: op slot zitten door zorgen en angst, om onszelf, onze dierbaren of anderszins. Bekneld zitten in alles wat zo moeilijk lijkt. En wat we met alle geweld vast houden, houdt ook ons vast, beknelt ons.

Of ook zoals Paus Franciscus het eens verwoordde over onze kerk: ‘de katholieke kerk moet zich ontdoen van alle ijdelheid, macht en trots. Die vormen de melaatsheid, de lepra van onze maatschappij..’
Paus Franciscus gebruikt duidelijke taal: waar onze kerk op slot zit door macht, trots en ijdelheid, pleit hij voor openheid en barmhartigheid. De melaatsen gaan op weg naar de priesters. Hun vertrouwen wint het van de angst, die tot dan alle poriën van hun huid verstopt had. Jezus ziet hen aan met de liefdevolle ogen van God, en vraagt hen los te laten en te gaan. Zij gaan op weg, zij worden gereinigd, genezen.

Wij horen niet wat dat met hen doet. Behalve bij die ene, die Samaritaan, die terugkomt. Uitgerekend hij, die niet naar de priesters kan gaan om zich te laten zien, omdat hij niet tot het joodse volk behoort, komt terug om Jezus te bedanken.

Hij herkent in de liefdevolle blik van Jezus de genezende kracht van God. Gebruikte hij eerst zijn stem om Jezus om hulp te smeken, nu gebruikt hij zijn stem om God te verheerlijken. Het lijken misschien alleen maar mooie woorden, maar hier gebeurt zoveel meer dan wij kunnen bedenken. Deze Samaritaan is geraakt tot in zijn ziel. Dat is de plek in ons, waar God ons intens nabij is. Daar vindt genezing plaats.

Het moge duidelijk zijn, het gaat hier niet alleen om lichamelijke genezing, hoe belangrijk en fijn dat ook is. Juist ook mensen die ongeneeslijk ziek zijn, kunnen steeds zachter, toegankelijker en gevoeliger worden voor het wonder van het leven. In hun ziek zijn worden zij tot hele mensen.

Denk ook aan wat mensen wel ervaren, die naar Lourdes zijn geweest. Wonderbaarlijke genezingen komen zelden voor, maar veel bedevaartgangers ervaren dat ze beter met hun ziekte of beperking kunnen omgaan. Ze voelen zich gesterkt en tot hele mensen gemaakt.

Wat is dan dat wonder van genezing? Jezus ziet de tien melaatsen aan. Het gaat hier niet om kijken met de ogen van het lichaam, maar om kijken vanuit liefde, vanuit onvoorwaardelijke liefde!
Heeft u weleens mogen ervaren wat het kan doen om zo aangekeken te worden? Om aangekeken te worden met
onvoorwaardelijke liefde, of om zelf iemand zo aan te kijken. Die liefde zegt: je bent niet alleen, je bent geliefd! Dat is genezing? Dat is genezing ontvangen en genezing geven!
En dat kunnen we allemaal, of we nu lichamelijk ziek zijn of niet, omdat we geschapen zijn door de onvoorwaardelijke liefde van God. Die liefde is deel van ons en mogen we geven en ontvangen.

Hoe zou het zijn om deze liefde te vertrouwen? En dan niet een klein beetje, nee, 100%. ‘Sta op en ga heen’, zegt Jezus, en onderweg zullen we zien  dat we genezen zijn!

Amen.

­