­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

agenda 5a

Lezingen: 2Makk.7,1-2.9-14 en Lc.20,27-38

Beste zusters en broeders,
Een paar jaar geleden ging ik ‘buitengaats’ voor in een eucharistieviering. Daar ontmoette ik bij toeval een man die ik 45 jaar lang niet had gezien. Samen zaten we op de kleuterschool. En mijn zus en ik gingen wel eens bij hem spelen. Dat is toen een paar keer gebeurd. Daarna is hij met zijn ouders en met zijn broertje verhuisd. Nooit meer gezien. Je denkt er nog wel eens aan terug, en dan ontmoet je elkaar bijna een halve eeuw later. De herinnering aan elkaar is in die kleine halve eeuw niet weggevaagd…

Ik moest aan dit voorval denken bij de voorbereiding op deze eredienst. In de eerste lezing horen we over de marteldood van een moeder met haar zeven zonen. We zitten twee eeuwen vóór het begin van onze jaartelling. De beroemde Griekse veldheer Alexander de Grote heeft vele landen en volkeren aan zich onderworpen en de cultuur van de overwonnenen moet vergriekst worden, ook de cultuur van het Joodse volk. De overwinnaars dwingen het Joodse volk hun godsdienstige wetten en regels overboord te gooien. Zij moeten afstand doen van het geloof in de ene God van Israël. Daarvoor in de plaats moeten zij de Griekse afgoden gaan aanbidden. En om het Joodse volk te vernederen, zo horen we vandaag in de lezing, wordt men gedwongen varkensvlees te eten. En hier in de lezing wordt ons een moeder en haar zeven zonen geschetst die liever de marteldood ondergaan, dan hun geloof in de God van Israël opgeven. En wat hun kracht geeft tijdens de folteringen is hun rotsvaste geloof in het eeuwig leven.

In de evangelielezing lezen we over een confrontatie van Jezus met de Sadduceeën. Deze Joodse elitegroepering ontkende dat er iets als eeuwig leven of verrijzenis bestaat en komen met een mooi bedacht verhaal aan bij Jezus met de bedoeling Hem te dringen hun opvatting te delen. Een vrouw die achtereenvolgens trouwt met zeven broers. Een voor een sterven zij, en als er weer één gestorven is, dan trouwt ze met de volgende. Als alle broers zijn overleden en de vrouw ook, van wie is ze dan in hemelsnaam in het eeuwige leven de echtgenote? Het antwoord moet natuurlijk de man of de vrouw die nog zo naïef is in het eeuwig leven te geloven, in verwarring brengen. En de conclusie moet dan zijn: maar dan bestaat er ook geen verrijzenis of eeuwig leven! Maar hiertegenover stelt Jezus zijn geloof in de verrijzenis. De Sadduceeën hebben een al te menselijke visie op eeuwig leven. Het is totaal iets anders dan het leven dat we hier op aarde meemaken. Het eeuwig leven is ‘in God’ zijn. Alles wat we hier doen en laten, is daar niet ter sprake…

‘Eeuwig leven’. In de apostolische geloofsbelijdenis die wij na de preek uitspreken, staat te lezen: Ik geloof in het eeuwig leven. En dat geloof sluit dus naadloos aan bij wat we al tegenkomen in het Oude Testament, maar sluit ook naadloos aan bij wat Jezus zelf gelooft.

‘Eeuwig leven’. Omdat het totaal iets anders is dan het tijdelijke leven hier, kunnen we er nauwelijks over spreken en over nadenken. ‘Eeuwig leven’…het gaat ons verstand te boven. Maar is het zo dat we alleen maar iets kunnen zeggen over wat we hier in dit aardse leven kunnen zien, aanraken en meten?

Die ontmoeting die ik eind mei had met die man die ik een halve eeuw niet gezien had, deed me denken: Is dat niet een soort teken? Een halve eeuw verstrijkt, maar wist een band, die maar heel summier in de kleutertijd is gesmeed, niet uit. Het lijkt wel alsof er iets of iemand is die groter is dan alles wat bestaat, die ook groter is dan de tijd. ‘Eeuwig leven’, dat is het geloof in een God in wie we behouden blijven. Het is het geloof in een God die bij de grens van leven en dood niet zegt ‘Nou, dat was het dan, aju paraplu’. ‘Eeuwig leven’, het is het geloof in een God die niet uitwist, die niet wegvaagt. ‘Eeuwig leven’, we geloven in een God die het laatste woord heeft ook over de tijd. En de tijd brengt ons genadeloos naar het moment van onze dood, maar de hand van God houdt ons vast. Hij houdt ons vast gedurende dit aardse leven, maar Hij laat niet los op het moment dat we moeten sterven.

Eigenlijk is het geloof in het eeuwige leven niets anders dan het geloof in een God die liefde en trouw is en die niets anders wil dan ons thuis brengen in Zijn Vaderhuis. Daar is ruimte voor velen, voor ons, voor onze dierbare overledenen, maar ook voor hen die naamloos en in verlatenheid zijn gestorven. Ik geloof in het eeuwig leven…

AMEN.

­