­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

agenda 5a

Lezingen: 2Sam.5,1-3 en Lucas 23,35-43.

Beste zusters en broeders,
Kijkt u zaterdagavond ook zo graag naar het t.-v.-programma ‘Blauw Bloed’? Eerlijk gezegd roep ik, als ik ernaar zit te kijken, wel eens heel hard: ’t Is ook altijd hetzelfde! Die praatjes van die kledingdeskundigen, al die juwelen en andere rijkdommen, al die staatsbezoeken en staatsbanketten. Je wordt er tureluurs van! En dan wordt in dat programma vaak nog de mooie buitenkant getoond, maar een kijkje achter de schermen leert ons dat er vaak grote spanningen zijn binnen de koningshuizen. En het kan niet anders dat er nogal wat mensen die in dat hele koningscircus meedraaien, zich ongelukkig voelen. Bovendien zijn er altijd mensen in dat circuit – en het is onvermijdelijk bij zoveel status en rijkdom – die ontsporen.

Vandaag is het (de vooravond van) het feest van Christus koning. En ik zat zo te denken: misschien kloppen de programmamakers van Blauw Bloed wel aan onze deur met de vraag hun programma te vullen. Nu zat ik zo te denken dat dat moeilijk wordt als het gaat over koning Jezus. Bij Hem geen dure kleren en geen onmetelijke rijkdom, bij Jezus geen staatsbezoeken, en ook geen koninklijk spektakel. Maar als we kijken naar de eerste lezing, waar we horen over de koningszalving van David, dan vinden we bij die David genoeg om Blauw Bloed mee te vullen. Alles is aanwezig. ’t Is een knappe, aantrekkelijke jongen. Zo’n beetje een prins Harry… Hij is succesvol. Hij verslaat op onwaarschijnlijke wijze de vijanden van het volk. Denk maar aan hoe hij de reus Goliath verslaat. Hij is guerillastrijder, heeft nogal een ruim geweten, een egocentrisch karakter die zijn eigen belangen nooit uit het oog verliest, en is ook in zijn privéleven ‘tumultueus’, laat ik het zo maar zeggen. Denk maar aan zijn onverkwikkelijke affaire met Batsheba, de vrouw van Uria. ‘Een man naar Gods hart’, ja, je gelooft je oren niet, dat juist dát van hem wordt gezegd. David was nogal eens een gewetenloze boef, maar toch wordt van hem gezegd ‘een man naar Gods hart’.

Die David, die koning ‘naar Gods hart’, was erg met zijn eigen zaken bezig. En ergens in het Oude Testament staat dat David op een gegeven moment, als ie voor zichzelf al alles voor elkaar heeft, op het idee komt te Jeruzalem voor God een huis, een tempel te bouwen. Ook zo mooi van hem: je leven lang met je eigen belangen bezig en dan kom je erachter dat het wel mooi is voor God ook nog even wat te doen. Hoe menselijk! Maar God zet voor deze keer eens een streep door Davids plannen. David gaat niet een huis voor God bouwen, nee, ’t is andersom: God gaat voor David  een huis bouwen. En dan wordt met ‘huis’ niet een paleis of iets dergelijks bedoeld, nee, met dat ‘huis’ wordt een dynastie bedoeld. ’t Is een soort goddelijke belofte aan David: ‘De koningstroon waar jij nu op zetelt, blijft bestaan, en je nakomelingen zullen die troon bezet houden’. En in het Nieuwe Testament zien we dan dat die goddelijke belofte – weliswaar via enorme omwegen – ingelost wordt met Jezus. Jezus is, in ieder geval volgens de evangeliën van Matteüs en Lucas, een afstammeling van koning David. Zo zien we in het Nieuwe Testament de afglans van koning David afstralen op Jezus.

Koning Jezus…de verhalen over Jezus kunnen ze niet gebruiken in Blauw Bloed. Wat moet je met een rondtrekkende Joodse rabbi, wat moet je met een wonderdoener die wie er maar van horen wil, vertelt over het Rijk Gods en de liefde van God voor ieder mens. Wat moet je met zo’n prediker die nooit ten strijde trekt en zich niet ophoudt in paleizen en kastelen? Als het al een koningschap is, dan is dat koningschap bepaald niet van deze wereld. Zijn koningschap komt van elders, vanuit de hemel, en heeft niets te maken met macht en eer en aanzien, met glitter en glamour. Komt een koning zijn hoofdstad binnen, dan zit ie op een paard, maar deze koning zit, als ie Jeruzalem binnenkomt, op een ezel, het lastdier van de armen. Elke machthebber heeft altijd de belangen van zijn positie op het oog. Hij wil zijn positie behouden en vergroten. Dat kan van koning Jezus niet gezegd worden, zijn belangen liggen niet bij zijn positie, maar bij God en bij de boodschap over Gods liefde. Daarvoor geeft Hij alles op, zelfs Zijn leven. Daarvoor sterft Hij aan het kruis, met op Zijn hoofd een doornenkroon. De soldaten die voor Hem die kroon hebben gevlochten en Hem die op het hoofd hebben gezet, hebben Hem daarmee aan willen wijzen als een koning van dwazen. En in wezen hadden ze gelijk: Jezus is koning van alle mensen voor wie deze wereld geen oog heeft. En dát rijtje is lang: armen, uitgebuitenen, mensen die leven in landen waar het oorlog is, en in het bijzonder noem ik de mensen die slachtoffer zijn van mensenhandel, kinderen, vrouwen en ook mannen die in de prostitutie zijn terechtgekomen. Ik wil ook nog even noemen de verstekelingen die deze week zijn aangetroffen in een koelwagen op een vrachtferry in Vlaardingen. Daar kropen ze ook niet in weg omdat ze zoveel succes in hun leven hebben geboekt…

We zijn christengelovigen en gaan aan de hand van koning Jezus door het leven, zo goed en zo kwaad als dat nu eenmaal gaat. Maar mikken we op onze bankrekening en op een mooie positie in onze samenleving, gaan we prat op wat we bereikt hebben, dan moet steeds in ons hart naar boven komen dat dát niet de weg van Jezus is. Mijn bankrekening, mijn mooie positie en mijn geweldige carrière, ’t is misschien allemaal wel zo mooi dat er een item van gemaakt kan worden in Blauw Bloed, maar het wijst wel allemaal naar mij, en bij Jezus gaat het om iets anders. Jezus wijst over de grenzen van ons eigen leven heen. Koning Jezus kwam niet om gediend te worden, maar om te dienen. En zó moeten ook wij in het leven staan. Christelijk geloof is pas echt christelijk, als het niet meer op jezelf en op je eigen belangen staat gericht. Jezus wijst van zich af: naar God en naar de medemens, wie deze ook is. Die medemens past niet altijd in ons plaatje, is soms lastig, is ons soms niet welgezind en die medemens vinden we lang niet altijd sympathiek, maar blijft altijd onze medemens. Naar haar of hem omzien is de Koninklijke weg die Jezus ons wijst.

AMEN.

­