­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

afscheid tolboom

agenda 5a

coronavirus

Lezing: Handelingen 1, 12-14

Is bidden niet één van de intiemste dingen die wij als mensen kunnen doen? Alleen en samen! Wanneer ons gebed rechtstreeks uit ons hart komt, maakt het niet uit welke woorden we gebruiken; maakt het niet uit of het mooie zinnen zijn die precies verwoorden wat ons bezighoudt. Soms zullen die woorden als vanzelf komen, hoe onsamenhangend misschien ook, en soms zijn we misschien alleen maar stil.

Of we bidden het Onze Vader, of in deze meimaand de rozenkrans; het steeds terugkerende wees gegroet kan ons veel rust geven. Bidden kan leiden tot opluchting, we kunnen er misschien onze diepere gevoelens mee verwoorden, die we dan mogen loslaten.
En soms is het niet meer, maar dat is dan ook meer dan genoeg dan een roep om hulp: ‘help me, dit kan ik niet alleen…’
En misschien kennen we dan ook de ervaring dat het rustiger wordt in onszelf wanneer we al wat ons zo bezighoudt durven uiten in gebed,  hoe onbeholpen misschien ook.

Bidden doet iets met ons. Ook al hebben we daar vaak helemaal geen woorden voor. En ook al krijgen we, naar ons eigen idee, lang niet altijd waar we om gevraagd hebben. Want is het ook niet zo dat in het onze zorgen bij God,
bij Maria of bij Jezus, neer mogen leggen eigenlijk al een antwoord zit opgesloten.
Bidden heeft dan ook alles te maken met vertrouwen. Is bidden niet: de sprong wagen, de sprong naar God, en vertrouwen dat we, hoe dan ook, worden opgevangen?
Begint bidden niet met het weten dat we als mens niet op onszelf staan, dat we ons leven en ons bestaan niet aan onszelf te danken hebben. Is bidden niet: weten van de verbondenheid tussen onszelf en het geheim van het leven
dat ons draagt?
En is het niet zo dat als ik er diep van doordrongen ben, dat ik mijn leven niet aan mezelf dank, maar aan God die mij tot leven riep, dat ik dan weet dat dit ook voor alle andere mensen geldt. Iedereen dankt het bestaan aan dezelfde God, krijgt het leven uit dezelfde bron. Hoe meer ik me daarvan bewust ben, hoe dieper ik ook weet dat de ander mijn medemens is, dat we heel diep met elkaar verbonden zijn, zo zelfs dat we in wezen één zijn!
En dan weet ik immers ook dat datgene waar ik behoefte aan heb, ook voor de ander geldt. Ons vermogen om ons in een ander in te leven, is dus eigenlijk een goddelijk vermogen, iets wat ons door God gegeven is, en ongelooflijk kostbaar!

‘Zij bleven eensgezind volharden in het gebed’, hoorden we in de lezing. Samen bidden heeft een ongelooflijke kracht. Hardop, maar ook samen zijn in stilte. We mogen dat ervaren in onze vieringen. Maar ook nu, nu we nog niet fysiek samenkomen, kan ons gebed ons verbinden met elkaar.
Deze week doe ik een paar dagen mee aan een retraite. Omdat we niet op de afgesproken plaats kunnen samenkomen, gebeurt dat nu vanuit huis, online. Samen stil zijn in gebed, ook al ben je fysiek niet samen, kan een diepe verbondenheid en kracht geven. Om daarna weer te kunnen doen wat  gedaan mag worden, om er te zijn voor elkaar, juist nu, nu ons leven nog steeds zo angstig en onzeker is.

Bidden is: onszelf toevertrouwen aan Gods liefde. De bodem waarop we mogen staan. Een bodem waar we nooit doorheen kunnen zakken. Vanuit die veiligheid kunnen we zoveel betekenen voor elkaar.
De Heilige Geest, de Geest waar Jezus uit leefde zal ons daarbij helpen!
We mogen uitzien naar Pinksteren!

Amen.

­