­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

afscheid tolboom

agenda 5a

coronavirus

Lezingen: Handelingen 2, 1-11, Johannes 20, 19-23

Heeft u de Heilige Geest weleens om hulp gevraagd? Wat een gekke vraag, is dat mogelijk dan? In ons gebed richten we ons tot God, misschien ook tot Jezus, of tot Maria, maar richten we ons in ons gebed ook weleens tot de Heilige Geest?
We vragen God wel om ons nabij te zijn met zijn Geest, en dat de kracht van de Heilige Geest ons mag helpen. En natuurlijk is dat helemaal goed, en zit ook daar de verbondenheid in met de Geest. Maar we richten ons eigenlijk maar zelden rechtstreeks tot de Heilige Geest.

Vandaag, met Pinksteren, doen we dat wel. Kijk alleen maar naar de woorden van het openingslied:
‘kom Schepper Geest, daal tot ons neer’,
‘geef dat ons hart van liefde brandt’.
‘Gij zijt de gave Gods, Gij zijt
de grote Trooster in de tijd’,
Geef ons dan de vrede voorgoed.

Het hele lied is één grote smeekbede tot de Heilige Geest. Een lied vol verlangen. Verlangen waarnaar? Naar een hart dat van liefde brandt, naar vrede die voorgoed bij ons blijft… Wat zijn dat voor onmogelijke verlangens?
Een hart dat van liefde brandt,daar kunnen we ons misschien nog wel iets bij voorstellen. Ik wel, wanneer ik naar mijn kleinzoon kijk. Maar vrede die voorgoed bij ons blijft, hoe ziet dat er uit?
Dan gaat het om een vrede die allereerst van binnen zit, een innerlijke vrede! En dan voorgoed, dus niet afhankelijk
van wat voor omstandigheden dan ook.
Is dat geen utopie, iets wat toch nooit waarheid wordt? Innerlijke vrede in een wereld die op dit moment vol zit
met angst en onzekerheid? We zijn er door corona zo van doordrongen geraakt hoe kwetsbaar we zijn, hoe alles ineens op z’n kop kan staan. Gelukkig lijkt het nu de goede kant op te gaan, maar veel wat tot voor kort zo vanzelfsprekendheid leek, is dat niet meer. En daar hebben we waarschijnlijk nog lang geen vrede mee.

‘Gij zijt de gave Gods, Gij zijt de grote Trooster in de tijd’ We mogen ons met al onze angsten, al onze zorgen, maar ook met al onze verlangens richten tot de Heilige Geest. Maar tot wie of wat richten we ons dan?
Heilige Geest: we hebben er zoveel prachtige beelden voor: vuur, wind, trooster… Maar wat dacht u van deze omschrijving: ‘De Geest is de inwonende actieve God’. Dus een kracht van God in mensen. Een kracht die we kunnen ervaren. En niet zomaar een kracht, maar de kracht van Gods liefde in óns. Wat is er mooier dan ons richten tot die liefde.

Eens las ik de prachtige woorden van Augustinus: ‘Deus intimior intimo meo’: ‘God is dichter bij mij dan ik bij  mezelf ben..’ Het zijn woorden waarvan we niet moeten proberen ze met ons verstand te begrijpen. Het zijn woorden die ons hart mogen raken, woorden die ons kunnen ontroeren.
‘Deus intimior intimo meo’. ‘God is dichter bij mij dan ik bij mezelf ben..’ Zó nabij, zo intiem wil God met ons zijn. Zoals een mens met wie ik mij innig verbonden weet, maar dan nog veel dieper en verder dan dat. Mogen we het dan ook niet zo zeggen: in zijn Geest is God ons met zijn liefde meer nabij dan wij ons ooit kunnen voorstellen.
Misschien denkt u inmiddels: mooie woorden, maar laten we nu maar weer teruggaan naar onze realiteit. Onze realiteit die misschien niet eens zo heel verschillend is als die van de leerlingen in het evangelie.
We hoorden hoe de leerlingen na Jezus dood vol angst hun deuren gesloten hielden. Zij lieten niemand meer binnen. Een nu waarschijnlijk heel herkenbaar gevoel. Is het niet prachtig om dan te lezen hoe Jezus tóch binnenkomt, in hun midden gaat staan, en de woorden spreekt: ‘vrede zij u’.
Deze woorden worden vandaag ook tegen ons gezegd. Vrede voor u, voor jou, voor  jullie, zegt Jezus tegen ons. En dit zegt hij midden in al onze angst en onzekerheid. Zou dit de vrede zijn die altijd bij ons blijft? Vrede die altijd kan binnenkomen, als wij ons daarvoor durven openen. Ongeacht alle omstandigheden, dichte deuren, een virus dat rondwaart.. De vrede die Jezus ons geeft trekt zich daar niets van aan.

‘Ontvangt de heilige Geest’, zegt Jezus tegen zijn leerlingen, en daarmee ook tegen ons. De heilige Geest, de kracht van Gods liefde in ons, tot wie wij ons altijd mogen wenden. Want waarom zouden we de Heilige Geest niet om hulp vragen bij alles wat ons zo bezighoudt, bij alles wat ons angstig maakt? Waar wij ons durven openen voor Gods liefde in ons, zal die liefde antwoord geven, hoe dan ook.
Net als de leerlingen worden ook wij uitgezonden; om gemeenschap te zijn, om er voor elkaar en de wereld te zijn, voor zover dat binnen onze mogelijkheden ligt. De heilige Geest zal ons leiden. We mogen erop vertrouwen dat de kracht van Gods liefde in ons sterker is dan alles wat we meemaken.
Er is een vrede die voorgoed bij ons wil blijven. Een vrede die de wereld ons nooit kan geven. Jezus geeft hem ons vandaag! Laten we ons daarvoor, al is het ook maar een klein beetje, openen!

Amen.

­