­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

afscheid tolboom

agenda 5a

coronavirus

Lezingen: Jer.20,10-13 en Mt.10,26-33

Beste zusters en broeders,
Dan ben je gesjocht! Als je een zeldzame ziekte hebt en aangewezen bent op dure medicijnen. En dan kun je die medicijnen niet krijgen om de doodeenvoudige reden dat het niet in het pakket zit van de ziektekostenverzekering. Ze worden eenvoudigweg niet vergoed. Dan weet je meteen wat je leven waard is: in ieder geval is je leven minder waard dan de medicijnen die jou niet ter beschikking staan.

In mijn studietijd brak er onder ons, theologiestudenten, nog wel eens een diepgaande discussie los. Eén keer discussieerden we over ‘de waarde van een mensenleven’. We kwamen er – u raadt het al – niet helemaal uit. Maar voor één van mijn medestudenten was het duidelijk. Hij zei: ‘Ik weet precies hoeveel mijn leven waard is! Mijn leven is niet meer waard dan een rijksdaalder (die had je toen nog…). Daar was hij achter gekomen door het volgende incident. Hij liep eens door Hoog Catharijne in Utrecht toen er een onguur type op hem afkwam. Die zette hem een mes op de keel: nu snel een rijksdaalder of ik steek je neer. Dat geld heeft ie hem toen maar snel gegeven! Zijn leven was niet meer waard dan een rijksdaalder…

Wat is een mensenleven waard? Jezus zegt er in het evangelie iets over. We horen hem zeggen dat ons leven meer waard is dan een zwerm mussen. Twee mussen kon je in die tijd voor een habbekrats kopen. Maar als je al die mussen nou eens bij elkaar neemt en daarvan de waarde vaststelt: ons leven is so wie so veel meer waard.

De waarde van een mensenleven…daarover kun je uren filosoferen. En je kunt er prachtige gedachtes over hebben. Maar alleen in het dagelijks leven moet blijken hoeveel een mensenleven ons waard is. In de Verenigde Staten zijn de afgelopen weken naar aanleiding van de schandalige dood van George Floyd heel wat protestdemonstraties geweest tegen het alom aanwezige racisme. Ook in Europa zijn heel veel demonstraties geweest. De grootschaligheid van deze protesten geven te denken. Graag denken wij in Europa dat er bij ons geen racisme bestaat. Maar eerder is het zo dat we graag het bestaan ervan ontkennen. Mensen die niet-wit zijn, hebben ook in de Nederlandse samenleving te maken met glazen plafonds. Er is nogal eens sprake van een stilzwijgende uitsluiting. En dan gaat het dan wel niet gepaard met fysiek geweld, uitsluiting is het wel. En dan kunnen we wel mooi praten over dat ieder mensenleven evenveel waard is, maar daarvan moeten we ook blijk geven in de inrichting van onze samenleving en ook in hoe we onze parochie inrichten.

In het Oude Testament sterven heel wat mensen ten gevolge van geweld. Er zijn allerhande oorlogen en conflicten met daarbij onvermijdelijk de grote aantallen slachtoffers. Door de eeuwen heen heeft dat bij veel lezers van dit deel van de Bijbel nogal wat weerzin opgeleverd: wat een primitief boek, zoveel bloed, zoveel geweld. Blijkbaar is ook in het Oude Testament een mensenleven niet veel waard. Maar en daar lezen we dan nog wel eens overheen: in het allereerste scheppingsverhaal lezen we dat God de mens schept naar Zijn beeld en gelijkenis. Over waarde en waardigheid van de mens gesproken! En in psalm 8 vraagt de psalmist aan God: ‘Wat is de mens, dat Gij, God, aan hem denkt? De zoon van Adam dat hij u ter harte gaat? En verderop zegt de psalmist in dezelfde psalm: Gij hebt de mens bijna een god gemaakt, en hem met glorie en luister gekroond’. Wat heeft God de mens veel gegeven! Voor God is de mens van onnoemelijk veel waarde. Van heel Gods schepping spant de mens de kroon, zou je kunnen zeggen.

Voor God is de mens van onnoemelijk veel waarde…elke mens is voor Hem van waarde. Maar wij, mensen, willen nog wel eens gradaties aanleggen. We zeggen wel eens heel dapper: voor mij is iedere mens van evenveel waarde. Maar is dat in de praktijk ook zo? In elk geval lijkt het me dat het wel de taak van een volgeling van Jezus is oog te hebben voor de situatie van mensen die aan de onderkant van de samenleving zijn terechtgekomen. Kunnen we oog blijven houden voor al die mensen die door de Coronacrisis in de armoede terechtkomen. Trouwens: vóór de Coronacrisis hadden we het nog wel eens over die miljoenen vluchtelingen wereldwijd. Vanaf het begin van de crisis hoor je niet meer over hen. Zouden al die miljoenen vluchtelingen door de crisis geen vluchteling meer zijn? Zijn door de crisis hun problemen opgelost? Nee, natuurlijk niet! De Coronacrisis heeft hen aan het zicht onttrokken en nu gaat het slechter met hen dan ooit. Zij leven echt aan de onderste sport van de maatschappelijke ladder. Blijven we aan hen denken! Blijven we voor hen bidden! En waar we kunnen, moeten we onze handen voor hen uit de mouwen steken. Die vluchtelingen: allemaal zijn het mensen, ‘naar Gods beeld en gelijkenis’. Zij zijn zussen en broers van ons, maar graag kijken we langs hen heen…

Maar ook in ons eigen kleine leventje is de opdracht: in ieder mens beeld en gelijkenis van God herkennen. Die mens, met wie je niet zo goed overweg kunt, die minderbedeelde, die mindergetalenteerde, die man of die vrouw met dat supermoeilijke karakter. Allemaal zijn ze kinderen van God. Allemaal zijn ze broer en zus van ons. In al die mensen is iets van Gods liefde aanwezig.

AMEN.

­