­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

vieringen

coronavirus

livestream vieringen

In het geloof van heel veel katholieken speelt Maria, de moeder van Jezus, een grote rol. Velen hebben een Mariabeeld in de kamer staan. Nog steeds zijn er die ter ere van Jezus’ moeder een rozenkrans bij zich dragen. En jaarlijks bezoeken miljoenen mensen de Mariabedevaartplaats bij uitstek: Lourdes in Zuid-Frankrijk. Zelf ben ik – eerlijk gezegd – niet een heel groot Mariavereerder, maar dat mag me niet hinderen op zoek te gaan naar een mogelijke betekenis van Maria voor ons gezamenlijk geloof.

MariaCoppesWe stellen ons de verhouding tussen Maria en haar Zoon Jezus graag als hartelijk en liefdevol voor. Maar er is in ieder geval één tekst in de Bijbel te vinden, waar Jezus zich in eerste instantie afstandelijk toont ten opzichte van Zijn moeder. Die tekst vinden we in het derde hoofdstuk van Marcus. Maria komt met Jezus’ broers (en gaat het hier dan om neven of echte broers?) naar een bijeenkomst, waar Jezus de menigte toespreekt. Natuurlijk willen ze Hem ontmoeten en laten Hem dan halen. Maar Jezus blijft waar Hij is: bij de menigte die Hij onderricht geeft. En met een verwijzing naar de mensen die bij Hem zijn en naar Hem luisteren, zegt Hij: ‘Kijk, hier zijn mijn moeder en mijn broers. Want wie de wil doet van God, die is mijn broer en mijn zuster en mijn moeder’. Jezus is het bepaald niet om beleving van bloedbanden te doen. Rondom Hem ontstaat een nieuwe familie, nl. de familie van alle mensen die Gods wil in hun leven prioriteit geven.

Je kunt trouwens niet zeggen dat Maria niet behoord zou hebben tot die nieuwe familie van Jezus. Zij is degene die door God is uitgekozen om moeder van Zijn Zoon te worden. En wanneer de engel Gabriël haar van dit goddelijke plan op de hoogte stelt, aarzelt ze niet om God haar ‘fiat’ te geven: ‘Ik ben de dienares van de Heer; laat met mij gebeuren wat u hebt gezegd’. Maria wil God alle ruimte geven om via haar Zijn plan van geluk voor de mensheid uit te voeren.

Geloven wij, net als Maria, dat God een plan van geluk voor alle mensen heeft? En willen wij, net als Maria, daaraan ons ‘fiat’, ons ‘ja-woord’ geven? Misschien is geloven wel: steeds weer God de kans geven om via jou Zijn plan van geluk te verwerkelijken.

Maria is ons voorbeeld. Haar ja-woord heeft ons Jezus gegeven. Door haar ja-woord worden wij uitgedaagd om steeds weer ons eigen ja-woord te formuleren. En dat in alle wisselende omstandigheden van ons leven.

Om maar steeds weer ‘ja’ te zeggen en ‘ja’ te doen, daarvoor lijken wij, mensen, wel te zwak. En daarom heeft Jezus ons Maria als moeder gegeven. Dat vinden we terug in de Heilige Schrift en wel in het vierde evangelie. Vlak voor Zijn dood, staan Maria en Johannes onder het kruis, waaraan Jezus hangt te sterven. En Jezus zegt dan tegen Zijn moeder: ‘Vrouw, daar is nu je zoon’ en tegen Johannes zegt Hij: ‘Daar is je moeder’. Zou Jezus alleen maar aan die ene leerling Maria als moeder hebben gegeven? Ik geloof het niet. Via Johannes strekt de moederlijke zorg van Maria zich tot al Jezus’ leerlingen uit. En wij zijn daarvan niet uitgezonderd.

­